Vragen?
Bij het inblikken of in glas verpakken wordt groente eerst ‘geblancheerd’. Hoeveel vitamines er verloren gaan is afhankelijk van de bij de productie toegepaste methode. Vooral vitamine B1 en C zijn hiervoor gevoelig. Aan de andere kant: groente uit blik en glas hoeft minder lang te worden gekookt dan verse groente. Uiteindelijk is er na de bereiding, wat de vitamines betreft, nog maar weinig verschil tussen verse groente en groente uit blik of glas.
De hoeveelheid vitamines en mineralen in onze voeding wordt bepaald door veel verschillende factoren. Er is variatie in het gehalte aan vitamines en mineralen door de verschillen in seizoenen en de omgeving waarin groente en fruit worden gekweekt. De manier van telen zal mogelijk invloed hebben. Daarnaast zijn de oogstmethoden veranderd.
Het is niet bekend of ons voedsel van tegenwoordig dezelfde hoeveelheid vitamines en mineralen bevat als vroeger. Het is namelijk erg lastig om de voeding van tegenwoordig met die van vroeger te vergelijken, omdat er verschillende meetmethoden kunnen zijn gebruikt. De methodes van nu zijn veel betrouwbaarder, vroeger werden er vaak andere stoffen
‘meegemeten’, waardoor het vitaminegehalte hoger uitkwam.
Voorbeeld: door een nieuwe methode om foliumzuurgehaltes te meten, is gebleken dat we gemiddeld 25% minder foliumzuur binnenkrijgen dan we op basis van de oude methode veronderstelden.
Bij het invriezen van vlees, vis en gevogelte gaan nauwelijks vitamines verloren, omdat de vitamines in deze voedingsmiddelen (vitamine A en D) niet gevoelig zijn voor lage temperaturen. Bij het ontdooien zullen naast het verlies aan water ook wateroplosbare vitamines verloren gaan.
Bij het invriezen en ontdooien van gepureerd of fijngesneden voedsel gaan er veel meer vitamines verloren dan bij onbewerkt voedsel. Tijdens het bewaren van ingevroren voedsel blijven de vitamines over het algemeen goed bewaard, mits de verpakking luchtdicht is afgesloten.
Na opening van het pak verdwijnt ongeveer 2% van de vitamine C per dag. Voor wie geen zin heeft in het uitpersen van sinaasappels is sap uit een pak dat rijk is aan vitamine C, een goed alternatief.
Dat hangt van het soort voedsel af en van de periode en omstandigheden van het bewaren. Zo kunnen aardappelen meer dan de helft van hun vitamine C-gehalte verliezen wanneer je ze onder normale omstandigheden drie maanden bewaart. Het beste is dus voedsel zo vers mogelijk te eten. Daarnaast is een aantal vitamines gevoelig voor licht; als je het voedsel niet in het donker bewaart, kunnen de gehaltes aan vitamine B1, B2, C en D verminderen.
Vitamine B1, foliumzuur en vitamine C zijn gevoelig voor hoge temperaturen. Bij verhitten boven de 100 °C, zoals bij bakken en frituren, zal vitamine B1 gedeeltelijk verloren gaan.
Bij het verhitten van voedingsmiddelen die foliumzuur bevatten, kan 30 tot 80% verloren gaan.
Onnodig verlies kan worden voorkomen door zo min mogelijk water te gebruiken en niet langer te verhitten dan nodig. Ook het gehalte aan vitamine C kan sterk teruglopen door langdurig koken in ruim water en blootstelling aan lucht. Bereiding van voedsel kan ook juist voordelig zijn: bèta-caroteen uit gekookte worteltjes en spinazie wordt veel beter opgenomen in het lichaam dan uit rauwe worteltjes, omdat de harde celwand tijdens het koken wordt afgebroken.
Wie de inname van additieven toch wil beperken of vermijden, kan het beste kiezen voor zoveel mogelijk onbewerkte producten. 'Light'-producten en kant-en-klaar producten bevatten daarentegen relatief veel additieven. Omdat kinderen relatief snel de vastgestelde lagere grens van specifieke zoetstoffen bereiken, adviseert het Voedingscentrum het gebruik van producten met de zoetstoffen cyclamaat en polyolen (zoals sorbitol) door kinderen te beperken of te vermijden.
